De kast kever

De kleine bijenkastkever niet zo erg als varroa

Zondag 26 november sprak Bram Cornelissen in het Museum Nieuwe Bijenpark in Amsterdam over het gevaar van de kleine bijenkastkever. Bram is medewerker van Bijen@WUR en heeft onderzoek gedaan naar deze kever. Uit zijn deskundig betoog bleek dat er op dit moment geen acuut gevaar is voor de Nederlandse imkers. De kever zit voorlopig opgesloten in het zuiden van Itali√ę. Daar geldt een reisverbod en worden voorlopig besmette volken geruimd. Omdat de kever ook in wilde volken en hommels zit is het zeer waarschijnlijk dat de kever zich uiteindelijk zal verplaatsen naar het noorden. Daarbij opgeteld dat de kever zich al over de hele aarde heeft verspreid kan de besmetting ook via andere wegen Nederland bereiken. Toch beoordeelde Bram deze plaaggeest niet zo desastreus als zijn voorganger de varroamijt. Helaas tast de kever de honing aan. Besmette geslingerde raten kunnen dan niet meer opnieuw gebruikt worden. De geslingerde honing moet binnen 24 uur geslingerd en opgepot worden. Door fermentatie bederft de honing snel. Door de voortplanting zijn er kansen om de kever aan te pakken. De volgroeide larven moeten de kast verlaten om zich in de grond te verpoppen. Kippen rond de kast zouden de larven/poppen kunnen opruimen. Scherp zand verwondt de larven die 10 cm diep moeten graven. In de kast kunnen vallen opgehangen worden en grote volken zijn minder aantrekkelijk voor de kever.

Hopelijk zal het verdere onderzoek naar de kleine bijenkastkever de imkers helpen bij het bestrijden ervan.

Martin Kruidenberg